Familie Van Olst

Vertrouwen in de toekomst

Ds. Henk van Olst vertaalt de titel van dit boek in ‘vertrouwen in de toekomst’. Vertrouwen is een belangrijk begrip in de financiële dienstverlening. Dochter Carien en schoonzoon Henri werken in deze sector. Van Olst gaat eerst schriftelijk, daarna mondeling met hen in gesprek over ontwikkelingen die zich bij financiële instellingen, zoals banken, voordoen. Het boek ‘Geld & Goed’ van Ar jan Broers is voor hemzelf leidraad.

Carien en Henri bezien de opgeworpen vragen vanuit hun werk voor respectievelijk verzekeraars en het midden- en kleinbedrijf. Ze zijn positief gestemd, minder kritisch dan Broers, maar volgens Henri verhindert schaalvergroting veel bedrijven wel om hun missie – de klant centraal – te verwezenlijken.

Lieve dochter Carien en schoonzoon Henri,

Deze brief is een uitnodiging voor een gesprek. Dit gesprek zal gaan over een aantal fundamentele vragen die ik aan jullie wil voorleggen. Ik stel deze vragen aan jullie, omdat jullie beiden werken in de financiële sector van onze samenleving, die nog steeds en misschien wel bij voortduring in crisis verkeert. De aanleiding tot dit gesprek is gelegen in mijn deelname aan een project dat als werktitel heeft meegekregen Geloven in de toekomst. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij een artikel schrijven over dit thema, dat in boekvorm wordt gepubliceerd. Iedere participant heeft de vrijheid gekregen om op een eigen manier invulling aan deze opdracht te geven. Een belangrijke voorwaarde is dat we goed luisteren naar wat de volgende generatie, jullie dus, hierover te zeggen heeft.

Ik vind het heel fijn dat jullie hiervoor open staan. In deze brief worden vragen opgeworpen, waarvan ik hoop dat ze leiden tot een gesprek dat we met elkaar gaan voeren. Een open gesprek. We hoeven niet op alle vragen in te gaan. Misschien is het goed dat we ons beperken tot een enkele. De keuze laat ik graag aan jullie over.

Graag zou ik in bijbelse zin over geloven willen spreken en dan gaat het eigenlijk steeds over vertrouwen. Ik maak dus gebruik van de vrijheid die aan mij is gegeven om het thema enigszins te herformuleren. Het gaat dan over ‘vertrouwen hebben in de toekomst’. Heb je vertrouwen in de toekomst? In wie precies heb je vertrouwen? Waar heb je vertrouwen in? Waar is dit vertrouwen op gebaseerd? Kun je deze vragen ook relateren aan je dagelijkse professionele werk? Jij, Carien (1975), als juriste en als beleidsmedewerker bij een verzekeringsmaatschappij, en jij Henri (1976) , als zelfstandig ondernemer eveneens werkzaam binnen de financiële sector van onze samenleving.

Crises van onze tijd

Om goed voorbereid te zijn op ons gesprek heb ik mijn oor te luisteren gelegd bij een generatiegenoot van jullie, namelijk Arjan Broers (1967), omdat ik denk dat hij op zijn zoektocht naar zingeving belangrijke fundamentele vragen opwerpt. Hij gaat in zijn boek Geld en goed in op de grote crises van onze tijd: de kredietcrisis op de Amerikaanse woningmarkt in 2007, de wereldwijde financiële crisis in 2008, de eurocrisis, enzovoort. Het einde lijkt niet in zicht te zijn. We zien zelfs nieuwe crises als de klimaat- en voedselcrisis opdoemen.

Arjan Broers omschrijft al deze crises als crises van vertrouwen. Broers is een theologisch geschoold journalist, opereert als zelfstandig schrijver en adviseur over vooral levensbeschouwelijke en religieuze thema’s. Geld & Goed is vorig jaar verschenen. Het boek gaat dus vooral over de vertrouwenscrises, waar onze samenleving onder lijdt.

Na alle gebeurtenissen van de afgelopen jaren, wereldwijd, in Europees verband, de grote klappen die in ons eigen land gevallen zijn, banken die balanceerden op de rand van de afgrond en gered moesten worden door de belastingbetalers, heeft zich een diep wantrouwen meester gemaakt van velen jegens banken en financiële instellingen. Dit wantrouwen heeft het cynisme onder onze bevolking, zo lijkt het, gevoed. De toestand is bepaald niet rooskleurig.

Oervragen

Maar deze crises bieden ook kansen om tot bezinning te komen, tot herstel, tot genezing van de wereld, tot het herwinnen van vertrouwen. Broers hamert er in zijn hele boek op dat het winst is dat de crisis ons voor fundamentele vragen stelt die veel verder reiken dan economische en financiële kwesties. Het gaat om de oervragen: Wie zijn wij? Waartoe zijn wij er? Wat is echt van waarde? Hoe kunnen wij goed leven en samenleven? Hoe zorgen we voor een goede toekomst voor allen, inclusief de generaties die na ons komen? Toekomst waar we vertrouwen in kunnen hebben?

Arjan Broers is een goed analyticus. Hij brengt de crises in kaart. Hij ontmaskert het geloof (!), het vertrouwen in de utopie van de vrije markt. Hij legt de eenzijdigheid bloot van het voortdurend streven naar materieel gewin en voert een pleidooi voor immateriële winst, die op velerlei gebied geboekt kan worden.

Zijn boek geeft ook uiting aan zijn zoektocht naar wegen uit de crises. Hij zoekt en vindt ook een financiële instelling die het anders doet, die handelt op basis van vertrouwen, ja die het immateriële wapen van het vertrouwen, vertrouwen schenken en winnen, inzet om tot goede resultaten te komen. Arjan Broers schetst in de finale van zijn boek een kansrijk alternatief, een handelwijze die niet gebaseerd is op wantrouwen maar op het vertrouwen dat de ander, de partner, het als een eer zal beschouwen het aan hem of haar geschonken vertrouwen niet te beschamen. Hij heeft het over Oikocredit, een winstgevende ‘bank’ ten behoeve van de armen. Zijn jullie hiermee bekend? Hoe kijken jullie aan tegen dit ‘model’?

Met het oog op het vervolg lijkt het me raadzaam even te letten op de omslag van Geld & Goed. Je ziet daar een afbeelding op staan van The Charging Bull, ook wel bekend als The Wall Street Bull, een beeld gemaakt door de Italiaans-Amerikaanse kunstenaar Arturo Di Modica en in 1989 geplaatst voor de New York Stock Exchange. Een kopie plaatste hij in 2012 op het Amsterdamse Beursplein. Beeld van een stier als symbool voor de bull market, een stijgende markt. Het is een zwaar beeld – 2500 kilo- van een stier, dat verrassend veel doet denken aan het gouden kalf uit de Bijbel.

Tien Woorden

Arjan Broers begint zijn boek met het vragen van aandacht voor de Tien Woorden die te vinden zijn in de Bijbel en wel in het boek Exodus, hoofdstuk 20. Er wordt ook wel gesproken over de Tien Geboden, maar in feite gaat het om tien aanwijzingen, tien oriëntaties in de richting van het goede, bevrijde leven en het vreugdevolle samenleven in vrede. Mozes heeft die Tien Woorden, die op twee stenen tafelen staan, op de berg Horeb ontvangen. Het is een gedragscode van God aan de mensen gegeven.

Het eerste van de Tien Woorden is allesbepalend. Hierin wordt gezegd: Ik ben de Heer, uw God, die u uit het land Egypte, uit de benauwenis, uit het diensthuis geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Het Tiende en laatste Woord luidt: Gij zult niet begeren. In de Tien Woorden gaat het over ‘Ik’, dat is God, en verder tref je geen andere ‘ik’ aan. Alleen maar ‘jij’-mensen, of iets plechtiger gezegd ‘gij’-mensen. Wij zijn allemaal ‘jij’ of ‘gij’ Allemaal mensen met een opdracht om in de geest van deze Tien Woorden vorm te geven aan ons leven en samenleven zonder aan het gouden kalf offers te brengen, het te aanbidden en te vereren en zonder alles te begeren wat er ook maar te begeren valt.

Als Mozes van de berg komt, ziet hij dat het hele volk danst om het gouden kalf. Hij is woedend, gooit de stenen tafelen met daarop de Tien Woorden tegen de rotsen en slaat het gouden kalf aan pulver, strooit de as uit in het water en laat het volk het opdrinken. Weg ermee! Van de sokkel af met dat gouden kalf! Later gaat Mozes opnieuw de berg op om twee nieuwe stenen tafelen met daarop de Tien Woorden op te halen, deze twee parels van zeer grote waarde.

Aan dit verhaal en deze Tien Woorden wordt door Arjan Broers de vraag gekoppeld: wie of wat staat bij óns centraal? Of wordt de dans om het gouden kalf in onze tijd door ons, onze instellingen en onze overheden gewoon voortgezet?

Gat in de taal

Ik constateer: Arjan Broers blijft in zijn boek voortdurend vragen stellen, verhalen vertellen, met veel interesse in andere waarden dan de louter financiële, met een bijzondere aandacht voor zingeving. Ook is hij heel erg nieuwsgierig naar wat hij “het gat in de taal” noemt.

In het volgende citaat uit legt hij wat hij daar precies onder verstaat:

“Onze westerse cultuur is de laatste decennia geseculariseerd: de invloed van de kerken is sterk teruggedrongen. Levensovertuigingen en waarden zijn naar de overtuiging van velen gaan behoren bij de privésfeer. In de werkende samenleving vertrouwen we op onze ‘professionaliteit’, wat betekent dat we op een instrumentele, vakmatige manier ons beroep uitoefenen. We willen grip hebben op wat we doen en we willen de resultaten kunnen meten.

Daardoor is sterk de nadruk komen te liggen op kwantiteit: meer is beter. Zo hebben we ons steeds meer geconcentreerd op de buitenkant en zijn we onhandig en onbeholpen geworden in het bespreken van de binnenkant, dat wat nauwelijks tastbaar en meetbaar is: onze waarden.

We hebben het niet of weinig over wat we belangrijk en waardevol en zinvol vinden, waar het volgens ons om moet draaien. We spreken weinig over waarom ons werk betekenis heeft voor onszelf en voor de samenleving.” (G&G pag.16)

Hier zit, aldus Arjan Broers, “het gat in de taal”. Juist op de plek waar we antwoord zouden moeten geven op de vraag “waartoe zijn wij op aarde?” doen we er vaak het zwijgen toe. Dit is des te erger als we beseffen dat de waartoe-vraag een vraag is waarmee we voortdurend en steeds opnieuw worden geconfronteerd. Het is een vraag waar we niet omheen kunnen. Een vraag die wacht op ons antwoord.

Het komt me voor dat onze werkgroep Geloven in de toekomst erop uit is in dit ‘gat van de taal’ te springen. Jullie hebben al begrepen dat ik als deelnemer aan die werkgroep van harte meedoe. Ik vind het zelfs een prachtig initiatief van mijn vrienden Wietse Klukhuhn en Daan van der Waals. Ik hoop dat jullie mee willen springen. Het is waardevol.

Jullie vader

 

Na het lezen van deze brief vindt op 10 maart 2014 een gesprek plaats met dochter en schoonzoon . Beiden hebben hun aantekeningen op papier gezet. Carien heeft in haar aantekeningen vooral haar eigen (beroeps-)leven in het vizier, Henri reageert ook op Geld en Goed.

Carien:

De financiële wereld is niet alleen de bancaire wereld. Financiële dienstverlening omvat ook verzekeraars, pensioenfondsen, adviseurs, mensen die werken in de schuldhulpverlening, et cetera. Uiteindelijk maken wij met zijn allen deel uit van de financiële wereld. Dagelijks neem je een beslissing welke (financiële) producten je als consument afneemt. Ik neem enerzijds producten af, maar daarnaast werk ik ook voor een aanbieder: een verzekeraar die premie vraagt om bepaalde risico’s van ondernemers en consumenten over te nemen. Er zijn risico’s die je niet in je eentje kunt dragen en niet wilt dragen. Als consument kun je je laten adviseren, maar de keuze is aan jou welke risico’s een verzekeraar van je moet overnemen.

Lessen uit de crisis

Je vraagt mij of ik vertrouwen heb in de toekomst. Dat heb ik zeker. Wij hebben de afgelopen jaren veel geleerd en we hebben gezien dat de financiële wereld is veranderd. Er is een besef ontstaan dat geld er niet altijd is. Ook dat je er niet gemakkelijk aan kunt komen. Je moet er werkelijk iets voor doen. Voor mijn generatie was het gemakkelijk om een baan te krijgen en een hypotheek. De waarde van je huis steeg voortdurend en je kon je rekeningen betalen.

Deze zekerheden heb je in deze tijd niet meer. Je moet nu goed nadenken over welke studie je kiest. Toen ik op het Montessorilyceum zat, werd er gezegd dat je voor leuk werk moest kiezen. Wat je ging doen in de toekomst moest vooral ‘leuk’ zijn. Mijn generatie leefde wat optimistisch en dat werd ook gevoed. Tegenwoordig moet je heel goed nadenken over je toekomst: welke producten je afneemt, welke hypotheek je kiest. Deze bewustwording is heel gezond. Daardoor en door deze kritische houding heb ik vertrouwen in de toekomst. Er zijn meer mensen die je kunt vertrouwen dan mensen die niet te vertrouwen te zijn, tot het tegendeel blijkt.

Vertrouwen in mensen

Ik heb bewondering voor iemand als Máxima, die via het geven van microkredieten onderwijs en met name financiële educatie aan elkaar koppelt, waardoor de positie van vrouwen beter wordt. Een mooie term daarvoor is the empowerment of women. Door haar betrokkenheid is hier veel meer aandacht voor gekomen. Vrouwen kunnen trots zijn op wat ze bereiken.

In wie ik vertrouwen heb? In eerste instantie in mijzelf en de mensen direct om mij heen. Hierbij denk ik allereerst aan mijn man, aan mijn vader en moeder, aan mijn vrienden, maar ook zeker aan mijn collega’s. Zo heb ik er ook vertrouwen in dat ik later trots op mijn kinderen kan zijn.

Ik heb de mogelijkheid om mijn directe omgeving te beïnvloeden en te inspireren. Dit geldt zowel in mijn werk als privé. Door opvoeding, studie, werk, mijn hele ontwikkeling, probeer ik het beste uit mezelf te halen en van fouten veel te leren. Als staflid spreek ik met mijn manager, die weer overlegt met de directie. De collega’s zijn terzake kundig, met vele talenten. Wij hebben een goede manager die het vak van verzekeraar goed beheerst en die goed naar ons luistert en zaken inbrengt bij de directie. Andersom komt de directie met zaken waar wij meer verstand van hebben, maar waar wij niet in werden gekend.

Transparant maken

Ik heb vertrouwen in de samenleving, die steeds transparanter wordt. Dat komt door het internet, maar ook door de eigen kritische houding. Mensen demonstreren niet meer zoals in de zeventiger en tachtiger jaren, maar zij uiten zich op een andere manier, via de digitale weg, Twitter, social media. Via de projecten die ik onderhanden heb, werk ik mee aan het transparant maken van de voorwaarden bij de diverse verzekeringen. ‘Kleine lettertjes’ zijn niet meer van deze tijd. Waar ben je wel voor verzekerd, waar niet? Iedereen moet het kunnen begrijpen. Het is nog lang niet ideaal, maar we zijn er heel erg op gericht.

Mijn vertrouwen is op menselijk inzicht gebaseerd. Je hebt veel goede mensen, maar ook slechte. Dit is van alle tijden, maar het mooie van deze tijd is dat je door veel informatie meer boven water kunt krijgen. Belangrijk is hier heel zorgvuldig mee om te gaan. Privacyrechten moeten worden beschermd. Kranten moeten hun werk goed doen. Zij moeten informatie goed selecteren en kritisch zijn op de bronnen.

Obama

Ik zie veel positieve ontwikkelingen in de wereld. Dat mensen als Obama aan het bewind zijn geeft veel vertrouwen. Het feit dat hij de ziektekostenverzekering in de VS heeft doorgezet, het verschil tussen blank en zwart achter zich heeft gelaten, zijn speech bij het overlijden van Nelson Mandela: ik heb vertrouwen in de toekomst.

 

Henri:

Allereerst voel ik mij vereerd doordat ik merk dat je geïnteresseerd bent in mijn visie op de vertrouwenscrises. Zelf ben ik werkzaam geweest voor meerdere verzekeraars, maar ook voor intermediairs op interimbasis. Ik ben geen bankier. Ik geef dit even aan, omdat financiële dienstverlening een ruim begrip is.

In het belang van de klant

Mijn vertrouwen in de toekomst als ondernemer is groot. Als ondernemer zie ik mogelijkheden om een grote toegevoegde waarde te hebben voor mijn klanten in het midden- en kleinbedrijf, een organisatie met korte, logische lijnen met de klant. Mijn relatie met klanten moet zowel de klant als mij ruime voldoening geven. De werkzaamheden die ik verricht moeten volledig in het belang van de klant zijn. De klant is mijn belangrijkste stakeholder. Voor hem of haar wil ik mij volledig inzetten. Hierbij vind ik het belangrijk dat niet winstmaximalisatie voorop staat, maar dat ik vakinhoudelijk mijn werk goed verricht. Ik vertrouw erop dat ik dan zeker een goede boterham kan verdienen.

Trots op Nederland

Als je kijkt naar de ontwikkeling die Nederland de laatste honderd jaar heeft meegemaakt qua welzijn van de bevolking, zoals de toegankelijkheid van de medische zorg, het recht op een minimuminkomen, op huisvesting… Wij leven in een rechtsstaat en iedereen kan en moet naar school. Dit is niet een vanzelfsprekendheid, al zijn wij hier aan gewend geraakt.

Met deze rechten komen ook verplichtingen en ik vind ook dat het belangrijk is dat mensen de verantwoordelijkheid nemen om bij te dragen aan een maatschappij waarin deze rechten gewaarborgd blijven. Dit is natuurlijk een uitdaging, maar wij komen van ver en hebben al veel bereikt. Om maar een voorbeeld te noemen: in de tijd van de industriële revolutie waren er geen wetten die arbeiders beschermden en zeker niet de enorm kwetsbare kinderarbeiders. Door de armoede moesten kinderen wel werken omdat er anders niet genoeg te eten was voor heel veel gezinnen.

Dit voorbeeld staat in schril contrast met de huidige crisis – om maar een brug te slaan – waar wij nu mee te maken hebben. Toen werd er niet gesproken over een crisis, want die omstandigheden waren normaal. Ik ben dan ook van mening dat wij soms wel wat trotser mogen zijn op onze huidige samenleving. Veelal hoor ik pessimistische geluiden om mij heen. Dat vind ik vaak ten onterechte, gezien de feiten. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om kritisch te zijn, maar wel opbouwend kritisch.

Schaalvergroting en normvervaging

Arjan Broers spreekt in zijn boek Geld & Goed vooral over hoe en waar het mis is gegaan in de afgelopen jaren. Ik denk dat het heel veel te maken heeft met de schaalvergroting van veel bedrijven met als gevolg enorme bureaucratisering en een grotere afstand tot de mensen. In plaats van de belangen van de klant staan de eigen normen van het bedrijf centraal. Met andere woorden: normvervaging, die zich niet beperkt tot de financiële dienstverlening. Niet een goede service en het klantbelang worden het grootste streven van dit soort bedrijven, maar winstmaximalisatie en de koers van de aandelen. Enorm onoverzichtelijke, ondoorgrondelijke organisaties zijn het geworden.

Identiteit kwijt

Missie en visie zijn verworden tot een mooi verhaal op websites, maar in de dagelijkse praktijk zie je er nauwelijks wat van terug. Deze bedrijven zijn hun identiteit kwijt geraakt en zijn nu zoekende naar een koers. Bij veel financiële bedrijven is er wel de wil om te veranderen, maar in de praktijk is het door schaalvergroting enorm moeilijk om de klant echt centraal te stellen. Toch zal dit moeten gebeuren. Het vertrouwen in de bedrijven moet worden herwonnen. Alleen zo krijg je weer een goede naam.

Het gesprek is geweest. Met een goed gevoel rijd ik naar huis.

Literatuur:

Broers, Arjan. Geld & Goed, lessen voor welwillende kapitalisten. Uitgave Skandalon, 2013

Één reactie op “Familie Van Olst

  1. Beste Henk,
    Je kinderen spreken hun vertrouwen uit in de toekomst, maar mij lijkt het dat zij een andere wereld zien dan jij.
    Is niet cruciaal waar vertrouwen op gebaseerd is?
    Als dat is op ‘volle graanschuren’, nu wij aan de grenzen komen van wat de aarde kan opbrengen, wordt het hachelijk.
    En draait niet alles in de westerse wereld om het gouden kalf?
    Wij zijn het spoor van het echte vertrouwen helemaal bijster.
    We moeten een andere weg in slaan, maar kunnen we dat ook?
    Ik maak me grote zorgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.