Ineke Clement en Mirjam Pomp

“Ik heb je gezien en gehoord, Peter…”

Ouderenpastor Ineke Clement schrijft een brief aan Mirjam, dochter van haar man Roel, in het dagelijks leven docent maatschappelijke vorming. Ineke vertelt over haar eigen ontwikkeling, over de ingrijpende gebeurtenis van Peters dood en over wat die voor haar geloofsbeleving betekende. Over de geloofstaal waarin zij de werkelijkheid van nu ervaart. Ze besluit met de vraag aan Mirjam wat háár bezielt.

Lieve Mirjam,

“Papa, waar ligt Golgotha?” Het was in de week voor Pasen in 1982 en jij was het die als

puber deze vraag aan je vader stelde. Op spandoeken stonden, behalve Golgotha, namen uit Midden- en Zuid Amerika. Het was vlak na de moord op IKON- journalist Koos Koster in El Salvador. Er was groot protest tegen zoveel onrecht. Daarom stond ook de naam van de plek waarvan de Bijbel vertelt dat Jezus er werd gekruisigd, op een spandoek.

Ik hoorde dat verhaal en jouw vraag over Golgotha van je vader, die ik een jaar later leerde kennen in de basisbeweging. Het was een van de groepen van die beweging, de Kritische Gemeente IJmond, een oecumenische en maatschappijkritische beweging van mensen die zich niet meer thuis voelden in de bestaande kerken, die deze betoging organiseerde.

Het tekent de situatie waarin jij opgroeide. Je bent, net als mijn eigen kinderen, opgevoed met de Bijbelverhalen en je ging later mee in de beweging van je ouders, waarin steeds meer de Bijbel op de krant werd gelegd en de krant op de Bijbel: wat gebeurt in de wereld heeft alles te maken met bijbelse gerechtigheid, riepen we. Dus wist je wel waar El Salvador lag, maar Golgotha was je vergeten. Het was de tijd dat meer over politiek gepraat werd in de vieringen dan dat het ging over wat je zelf geloofde.

Jouw persoonlijke spiritualiteit

En nu kom ik, ruim dertig jaar later, al meer dan 25 jaar samen met je vader, met vragen naar jouw persoonlijke spiritualiteit en zingeving, die niets te maken hebben met of je weet waar Golgotha ligt, maar wel met jouw kijk op het leven. En met de vraag of je opvoeding en vorming daar nog een rol in spelen.

Ik vraag het aan jou omdat je altijd interesse toont in zingeving en in waarden en normen en omdat je – niet voor niets – docent maatschappelijke vorming bent.

Je vond het een bijzonder verzoek, zei je eerder, maar wel moeilijk, omdat het je niet dagelijks bezighoudt. Maar, schreef je in een eerste reactie: “het is wel goed en zinvol om er eens voor te gaan zitten.” Daarom nu deze brief met een open uitnodiging om er eens voor te gaan zitten en op de vragen die al dan niet expliciet aan de orde komen in te gaan. En eerlijk de dingen te benoemen waar je niets mee kunt, want ook dat is dan een gegeven.

Vreemde diersoort

In de (wereld)politiek lijkt er niets nieuws onder de zon. Nog steeds viert het onrecht hoogtij en worden politieke moorden gepleegd. Maar het geloof en de geloofsbeleving zijn wel onvoorstelbaar veranderd. Je vader en ik hebben soms het gevoel dat we tot een vreemde diersoort horen. We leven net als ieder ander in een geseculariseerde wereld met een afkalvende kerkgang en betekenis van het christelijk geloof. Ons beider kinderen zijn afgehaakt, maar ook mensen van onze eigen generatie. Behalve Roels zussen in Canada, jouw tantes, maar dat is een ander verhaal. En toch hebben wij het geloof nooit losgelaten, sterker nog: beiden dragen we het beroepsmatig nog steeds uit, al is je vader niet meer dienstdoend predikant. Hij kan het niet laten er nog steeds over te schrijven, zoals je weet. We zijn zelfs teruggekeerd in de ‘schoot van de kerk’. Er valt dus eerst heel veel uit te leggen. Wat bezielt ons? Of laat ik nu voor mezelf spreken, want het is tenslotte mijn brief. Wat bezielt mij? Voordat jij iets over jouw ‘bezieling’ kan zeggen, moet je toch eerst weten op wie en waarop je moet reageren…

Dubbele vervreemding

Het ingewikkelde is dat ik vaak een dubbele vervreemding voel: van onze kinderen en anderen die niets meer met de kerk en met de Bijbel hebben. Maar ook van gelovigen die wij ontmoeten en die een beeld over God hebben waarvan ik afstand neem: een almachtige allesweter en alleskunner en een uitleg van de Bijbel van kaft tot kaft, dat wil zeggen: alles is letterlijk zo gebeurd. Misschien voel ik me nog wel meer vervreemd van de laatste groep en sta ik dichter bij mensen die gaan stamelen, als hen gevraagd wordt: Geloof je in God?

Want het is mijn overtuiging dat je alleen stamelend over God kan spreken. Niemand heeft Hem of Haar (zeg ik er dan graag bij) gezien. De eeuwen door is deze Naam als stoplap gebruikt om de eigen handelwijze te legitimeren. Als opgeheven vinger van zó moet het en anders… Partijen die tegenover elkaar staan, roepen dat Hij aan hun kant staat. De hele geschiedenis door is God voor politieke en menselijke karretjes gespannen, met het gevolg dat Hij de wrede trekken krijgt van wat mensen elkaar uit machtswellust aandoen. Zó hoeft het van mij niet meer, roepen weldenkende mensen en ze hebben gelijk. “Er valt over boven niets te zeggen of het komt van beneden,” zegt een modern theoloog. Met andere woorden, wij kunnen er alleen iets over zeggen vanuit ons menselijk bestaan. En dus zijn er zoveel godsbeelden als er mensen zijn. God is een containerbegrip geworden, dat weinig zegt over wie Hij of Zij werkelijk is. Zó ingewikkeld is het. Daarom moeten we steeds vragen over wélke God wij het hebben.

Uit de Bijbel leer ik dat het om een heel andere God gaat dan om een ‘Almachtige’ , maar om een verborgene, die Liefde is en die zich bemoeit met mensen die qua macht niet zoveel in de melk te brokkelen hebben. Dat was trouwens ook de rode lijn in de basisbeweging en die heeft zich dertig jaar later voortgezet, niet alleen politiek, maar ook persoonlijk. In het vervolg van mijn brief zal je dat hopelijk zien.

Peter

Toen ik vorige maand mijn eerste verzoek aan je richtte, veronderstelde ik dat we in ons gesprek niet om de dood van Peter heen kunnen. Peter, jouw broer en Roels zoon die in 2005 een eind aan zijn leven maakte. Zo depressief en angstig was hij. Wat een schokkend gebeuren, dat ons leven voorgoed heeft veranderd. Ik kan je wel vragen naar jouw eigen zingeving en geloof en wat je daarin gevormd heeft, maar de dood van Peter heeft daar ongetwijfeld veel impact op gehad. Je vader schrijft en praat er graag over, hij wil het niet wegstoppen en hem schieten zomaar bij een lied of herinnering de tranen in de ogen. Voor ons is Peter er altijd. We gaan naar zijn graf en steken regelmatig een kaarsje aan bij zijn foto. Als zijn kinderen Lisa en Lennard af en toe bij ons eten, zullen we altijd aan het begin van de maaltijd zijn naam noemen en de kaars aansteken. Dat weten ze al en verwachten ze ook. Maar niet iedereen wil en kan er altijd over praten. Daarom is mijn vraag of je Peter in je reactie mee wilt nemen, er een met aarzeling, want ik weet ook hoe pijnlijk het kan zijn.

Kwetsbare mensen

In de tijd dat Peter een eind aan zijn leven maakte, werkte ik in de psychiatrie als geestelijk verzorger. Dat was toen extra zwaar, maar niemand heeft mij, heeft ons (want je vader ging altijd mee naar de kerkdiensten) zo getroost als de patiënten daar. Kwetsbare mensen, zonder macht en aanzien, maar zo gevoelig en warm. Misschien vanuit hun eigen lijdenservaring en weet hebbend van de trekkracht van de dood als uitweg. Niet dat ik het elke patiënt vertelde, maar de mensen met wie ik wekelijks optrok wel. Zij hadden veel te geven en in die liefde en aandacht hebben wij de liefde van God ervaren, want het gaat toch altijd via mensen. En de kerkdiensten? Heel vaak dacht ik: dit is basisbeweging, een kerk van onderop met alle soorten geloven en kleuren en klassen in een kring staan en brood en wijn als symbool van de liefde van Jezus ontvangen, zonder onderscheid des persoons. Mensen als Peter stonden ertussen, lieve Mirjam, daarom deed het ook jullie vader zo goed.

Als de dag van gisteren herinner ik me de slotwoorden van Roels toespraak bij Peters begrafenis. Hij stond daar niet als dominee, maar als vader en heeft het helemaal niet over God gehad. Maar aan het eind hield hij zijn geloof, dat ook het mijne is, vast in de woorden:

“Wat mij troost, en ik hoop anderen met mij, is het verhaal over die Stem, een verhaal van een verborgen werkelijkheid: Ik heb je gezien en gehoord Peter, jouw pijn, jouw wanhoop, jouw angsten. Ik ben er voor jou. Spring maar. Durf het! Je valt in mijn handen.”

Wat dat dan is, Mirjam? Ik kan het niet concreet benoemen met een hemel of zoiets, maar het is wel een vertrouwen dat Peter niet buiten Gods liefde valt, ook niet na zijn dood.

Geboeid door de belofte

Maar ik wil het niet te mooi maken. Want Peters dood is niet mooi. Weet je, ik heb er als dominee, die regelmatig in de kerk moet voorgaan, een hekel aan om altijd maar weer de dingen ‘mooi’ te maken. Altijd te zeggen: het komt goed of er is Licht. Want Peters dood staat daar haaks op. In die zin is hij er ook altijd als ik een preek moet maken. Het is een eeuwige vraag, een gebeurtenis die schuurt en schrijnt. Begrijp je dat?

En toch blijven wij, je vader en ik, maar vasthouden aan die Onnoembare, die Onuitsprekelijke die wij God noemen en die gestalte krijgt in de verhalen over Jezus.

Wiens Naam betekent: Ik zal er zijn…

En toch blijven wij altijd geboeid door die belofte, gelovig en bij tijd en wijle ongelovig, maar met een vertrouwen dat steeds opnieuw de kop opsteekt. Een vertrouwen dat is gevoed door een bijbelse- en een geloofstraditie van eeuwen met alle verschrikkelijke dingen die dat ook heeft uitgewerkt.

In mijn huidige werk als ouderenpredikant merk ik hoe mensen bezorgd kunnen zijn om hun kinderen die, bijna zonder uitzondering, “niets meer aan kerk of geloof doen” in hun woorden. Of zoals een oude dame het laatst in de taal van het oude geloof verwoordde: “Als Christus terugkomt op aarde, zal hij dan nog geloof vinden?”

Wel, Mirjam, zo kan ik het niet meer vragen, het is ook mijn taal niet meer.

Toch vraag ik, na deze brief met mijn ‘geloofspapieren’, kunnen wij elkaar verstaan in een nieuwe geloofstaal die veel breder is dan de oude woorden? Of spreek jij een andere taal? Maar dan is de vraag: hebben we het over een andere werkelijkheid als jij op jouw manier antwoord geeft op de vraag waar jij je geestkracht vandaan haalt en/of wat je leven en je toekomst zin geeft? Samengevat: Wat bezielt jóu?

Ik kijk naar je reactie uit, liefs,

Ineke

 

Antwoord van Mirjam:

Lieve Ineke,

Daar gaat ie dan…Mijn antwoord op jouw vraag wat mij in mijn leven zin geeft. Waar haal ik mijn inspiratie vandaan? Waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe? Speelt mijn opvoeding hier een rol in? Welke betekenis heeft het geloof voor mij?

Waarom het even geduurd heeft voordat ik het antwoord op deze vragen duidelijk had heeft volgens mij te maken met het feit dat ik mijn leven op dit moment met vreugde leef. Er is geen stagnatie bij zinvragen, waardoor ik daar ook niet dagelijks bij stil sta.

Berusting

De periode na Peters dood was voor mij een belangrijke periode, waarin ik wel veel nadacht over de zin. Vóór die periode was ik erg zoekende. Ik was niet vaak tevreden met de manier waarop ik mijn leven had ingericht. Ik wilde anders, meer, maar wist niet wat dat dan precies was. Na Peters dood ben ik daar anders tegenaan gaan kijken. Ik merkte een soort van berusting bij mezelf. Berusting in het leven. Plezier hebben in het leven, plezier in mijn werk, met mijn gezin, met vrienden. Niet altijd willen pieken maar ook tevreden kunnen zijn.

Dat heb ik ook echt gevonden.

Gelukkig en trots

Mijn zingeving haal ik voor een groot deel uit mijn werk. Ik haal daar vreugde, erkenning, status en geluk uit. In mijn werk heb ik de vrijheid om keuzes te maken die bij mij passen. Daarnaast kan ik mijn talenten benutten en dat geeft mij erkenning. Ook voel ik mij verbonden met mijn leerlingen. Als ik een steentje bij kan dragen aan het welbevinden van één van mijn leerlingen, word ik daar gelukkig van en voel ik me trots.

Ook geniet ik van Kim en Eva. Als zij het goed doen, geniet ik daar oprecht van. Ik geniet van het onschuldige, van hun enthousiasme en de fase van hun leven. De wereld die nog open ligt voor hen! Ze kunnen nog alle kanten op! Het maakt mij gelukkig als ik ze daar positief in kan sturen.

Geloof zonder God

Geloof ik dan? Jazeker! Ik zie geloof als vertrouwen. Vertrouwen in de ontwikkelingen die in mijn leven op mijn pad komen en hoe ik daarmee omga. Maar in mijn geloof is geen God. Ook niet de soort God zoals jij die in je brief beschrijft. Ik heb die beleving niet. Bijbelverhalen laten de wereld anders zien dan die in werkelijkheid is. Het gaat daarin niet om feiten, maar om hoe het leven wordt geleefd of geleefd dient te worden. Voor gelovigen een houvast of leidraad om naar terug te grijpen. Ik heb die beleving niet. De God waarover wordt gesproken zegt mij niets.

Al eerder gaf ik aan dat vrijheid voor mij belangrijk is. Deze individuele vrijheid gaat voor mij samen met verantwoordelijkheid voor anderen en betrokkenheid bij anderen in mijn omgeving. Het laatste heb ik van huis uit meegekregen. Vooral van Roel. Ik herinner mij nog goed het spaarpotje Gast aan Tafel waarin we voorafgaand aan de maaltijd geld deden. Van Roel heb ik waardigheid van ieder mens meegekregen. Ongeacht wie of wat je bent. Roel heeft nooit het geloof aan ons, kinderen, opgelegd. Wij hadden daarin een eigen keuze. Ik heb daar zelf dus een vorm in gevonden die anders is dan die van Roel.

Wat is dan mijn antwoord op jouw vraag of wij een andere werkelijkheid hebben als we het hebben over zingeving? Is dat ja of nee? Volgens mij halen we allebei onze geestkracht uit de volgende woorden: vertrouwen, zelfverwezenlijking, erkenning, vrijheid, en verantwoordelijkheid.

Liefs van Mirjam

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.