Wietse Klukhuhn en Irene van der Sluis-Klukhuhn

Geboorte als teken van hoop voor elke generatie

Wietse Klukhuhn – van huis uit pedagoog, vervulde later leidinggevende functies in onderwijs en kerk – voerde kort voor zijn overlijden in 2014 een briefwisseling met zijn dochter Irene over de aanstaande geboorte van een tweeling. Hij mocht de geboorte van de tweeling nog meemaken; drie dagen later stierf hij. Van het gesprek dat hij met Irene voerde naar aanleiding van zijn brief volgt tot slot een samenvatting. Irene ziet zichzelf als ‘onzekere gelovige’, die zich niet altijd gestimuleerd voelt door de manier waarop kerken en christenen zich uiten, bijvoorbeeld als het gaat om homoseksualiteit.

 

Lieve Irene,

Mijmerend over het leven en in het bijzonder over de blijde verwachting van jullie kinderen, realiseerde ik mij wat een teken van hoop een geboorte geeft aan elke volgende generatie.

Mijn eigen geboorte in 1947 was zo’n teken van hoop voor mijn ouders. Tijdens de verschrikkingen van de oorlog werd mijn moeder sterk afgeraden een kind te krijgen. Zelfs na de bevrijding raadde de arts haar aan, nog maar een jaartje te wachten. Mijn geboorte verliep moeizaam. “Hij heeft in ieder geval geleefd,” antwoordden ze in het ziekenhuis op een bezorgde vraag van mijn vader. Maar het kwam goed. Ik werd niet alleen een gezond kind maar ook jarenlang voor mijn ouders het zonnetje in huis. En dat zonnetje gaf ongetwijfeld een grote bijdrage aan hun levensvreugde.

De jaren van wederopbouw waren niet gemakkelijk, velen verlieten als emigranten ons land. Na de oorlog was er dreiging van een atoomconflict. Het wekt verbazing, als je terugkijkt op de jarenlange verschrikkelijke risico’s die dit voor mensheid en wereld met zich heeft meegebracht. Maar intussen nam de welvaart toe. De winkel van mijn vader liep goed. Ik had een onbezorgde jeugd en verkende actief de stad Amsterdam en het land.

Mijn weg naar de kerk

Toen ik wat groter werd, begon ik ook ‘het leven’ te verkennen. Ik vroeg mij af wat sommige familieleden bezielde, als zij zich in het uniform van het Leger des Heils opgewekt en actief inzetten voor de samenleving. Mijn ouders droegen dat uniform niet. Maar het viel me wel op dat mijn moeder in moeilijke omstandigheden troost vond in het zingen van Heilsliederen. Op zondagmorgen zorgde de gereformeerde Buiten Amstelkerk via een megafoon voor klokgelui over de buurt – nou ja, totdat de plaat bleef hangen… Ik vroeg me af wat de mensen motiveerde om daar bijeen te komen. Antwoord op die vraag kwam op het gymnasium, waar ik intensief kennismaakte met de rol van de christelijke waarden en tradities in onze cultuur en samenleving. Door een uitnodiging voor catechisatie kwam ik in de hervormde Oranjekerk terecht.

Geloof, hoop en liefde

Daar kwam de Bijbel voor mij tot leven als bron waaruit ik koers kon putten voor het bestaan. Ik vond ook in mijn latere leven geen betere oriëntatie. Ik ontdekte dat personen op uiteenlopende manier in hun geloof staan. Sommigen vinden vooral zekerheid in het vasthouden aan bepaalde leerstellingen en overtuigingen. Anderen zoeken sterk naar nieuwe bronnen voor hun geloofsovertuiging en hun levenshouding. Soms gaat dat zoekproces zo ver dat zij naar mijn idee waardevolle oudere bronnen uit het oog verliezen. Zelf vond ik inspiratie in de kern van het christelijk geloof, zoals die te vinden is in de boodschap van ‘geloof, hoop en liefde’ uit het evangelie. En ik werd aangesproken door de oproep tot navolging van Christus, een oproep die je aanspoort om je overtuiging toe te passen in de praktijk van het leven. Althans, om dit telkens te proberen. Want vallen en opstaan, gevoelens van tekortschieten en van twijfel maakten en maken ook bij mij deel uit van een levend geloof. Een geloof met de behoefte om te blijven leren en steeds opnieuw geïnspireerd te worden. En verdieping te vinden, om in elke levensfase op weg te gaan.

Kruisraketten

Ook jouw geboorte in 1982 was een groot teken van hoop voor Ria en mij als jouw ouders. De naoorlogse welvaart stagneerde in die tijd. Door de kruisrakettenkwestie leek de dreiging van een atoomconflict ernstiger dan ooit. Mensen om ons heen vroegen zich af of ze in die wereld nog wel kinderen durfden te nemen. Wij sloten onze ogen zeker niet voor de situatie maar putten toch hoop uit een andere bron, en die maakte dat wij durfden te ‘geloven in de toekomst’. De hoop op een toekomst waarin liefde en vrede zou heersen, drukten wij uit in jouw voornaam: Irene. Na jouw geboorte werd jij op jouw beurt volop ons zonnetje in huis, en dat gedurende vele jaren.

Het is de mooie taak van ouders het waardevolle in het leven aan hun kinderen over te dragen. Dus lieten wij je kennismaken met wat wij boeiend vinden in de wereld. Dat wil zeggen: in de natuur, in de werkelijkheid om ons heen. En in de cultuur, in datgene wat mensen hebben ontwikkeld. Ria nam je mee in de ‘wereld van de muziek’. Met als belangrijkste doel van dat alles dat je er daarna zelf vrij mee aan de slag kon gaan! Geloofsoverdracht hoorde er natuurlijk ook bij. Want je kinderen opvoeden tot vrijheid betekent niet dat vorming van een levensovertuiging achterwege kan blijven. Waarmee kunnen kinderen anders later een keuze maken en aan de slag gaan? Stel je eens voor dat we onze opvoedingstaak op andere gebieden, zoals bij de schoolvakken, zo vrijblijvend opnamen…

Impliciete geloofsoverdracht

Terugkijkend op de jaren van jouw jeugd denk ik dat Ria en ik vooral op impliciete geloofsoverdracht hebben gemikt. We gingen over het algemeen uit van: Laat Irene maar gewoon ons leven meebeleven. En laat haar zo horen wat onze reactie is op een na de maaltijd gelezen Bijbeltekst. Of horen waarom we God willen danken voor zegeningen die ons werden geschonken. Of laat haar meevoelen wat een lied met ons doet, als Ria achter de piano ging zitten en wij dit gezamenlijk zongen. Of laat Irene merken wat wij vanuit waarden als naastenliefde, barmhartigheid en gerechtigheid vonden van bepaalde toestanden in de samenleving. En wat wij eraan wilden doen. Geleidelijk werd het zo voor jou niet meer alleen een kwestie van horen of voelen maar ook van meepraten en meedoen. Ria is openhartiger dan ik in het tonen van de aanvechting van het geloof in moeilijke omstandigheden. Maar vooral toen je groter werd, zul je ook bij mij de tekenen van twijfel of ontroering hebben herkend.

Geloof en levensovertuiging vonden wij belangrijker dan ‘kerk’. Samen vieren in de gemeenschap van een kerk hoort er voor ons wel bij. En voor mijzelf vond ik het vanzelfsprekend om mij als bestuurder in te zetten voor de organisatie en de maatschappelijke activiteiten van de kerk. De boeiende kant en de sores daarvan zijn thuis niet zo vaak onderwerp van gesprek geweest.

Expliciete geloofsoverdracht

We hebben ook wel expliciet gewerkt aan geloofsoverdracht, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat ook jij een plekje kreeg in de kerk, zoals in de kindergroep van de Nieuwe Kerk of in je jarenlange bijdrage aan het kathedrale koor. Maar terugziend moeten we constateren dat jij deze plekjes waarschijnlijk niet als erg geslaagd hebt ervaren. Omdat we de godsdienstige vorming op school onvoldoende vonden, maakte ik in het jaar dat je in groep 8 zat een soort cursus. Die ging over kernpunten van Bijbel, geloof en kerk, met iedere week een tekstje en enkele vragen. Op de woensdagavonden hadden we er met ons drieën een gesprekje over aan de eettafel. Het zou fijn zijn eens van jou te horen welke bagage jij uiteindelijk wilt gaan ‘inzetten’, nu je na een aantal jaren van zoeken en van opbouwen van je huidige bestaan kinderen welkom gaat heten!

Het grote verbond

Begin 2014 verwachten wij de geboorte van de tweeling die we nog even Druif en Spruit noemen. Ook nu is het geen gemakkelijke tijd. Mensen zijn gewend aan welvaart maar door wereldwijde sociale, economische en ecologische problemen staat die onder druk. Gelukkig kunnen jullie de kinderen in goede omstandigheden ontvangen. Die geboorte zal een groot teken van hoop zijn voor Vincent en jou, en voor ons als grootouders. Hoe zal jullie leven worden met deze zonnetjes in huis? En waardoor zul je als ouders worden geïnspireerd?

Voor mij als grootvader-in-spe is mijn hoop niet veel anders dan die waarmee wij jou hebben ontvangen. Vanuit het geloof in een schepper “die niet laat varen het werk dat Zijn hand begon” probeer ik voor ogen te houden dat elk mensenkind deel uitmaakt van het grote verbond. Daarin krijgt door de geschiedenis heen het leven van mensen zin en bestemming, ook al blijft geen mens voor tegenspoed en lijden gespaard. Wat een gevoel van zegen en dank gaf deze gedachte, al vanaf het eerste bericht over de verwachting. En ook bij de eerste kennismaking met de kinderen via de echoscopische beelden!

Zin in het leven

Wat is mooier dan het gesprek tussen de generaties te verbinden aan de geboorte van nieuw leven? Dus wil ik heel graag met je spreken over vragen als: met welke ‘zin’ in het leven begin jij (beginnen jullie) aan je nieuwe taak? Je voelt wel aan dat ik hierbij de dubbele betekenis van het woord ‘zin’ op het oog heb. Of: door welke waarden word jij ‘bezield’? Maar misschien moet ik het aan de start van deze nieuwe fase óók heel andersom vragen: Wat wil jij jouw ouders meegeven in de opvoeding van hun kleinkinderen?

Je vader, Wietse

 

Antwoord van Irene:

Mijn jeugd als het enige kind van Ria en Wietse Klukhuhn heb ik als gelukkig en goed ervaren. Mijn ouders hebben er nooit een geheim van gemaakt dat ik zeer gewenst en zeer geliefd was en ben. Ze waren namelijk al ruim in de dertig toen ik geboren werd. Ik mocht als kind lekker buiten spelen in de aarde en de modder. Soms kreeg mijn moeder van andere moeders de vraag waarom ze dat toeliet en haar antwoord was: de wasmachine is geduldig. Dit legde de basis voor mijn uitspraak dat ik geen ‘meisje meisje’ ben. Mijn beste maatje op de basisschool was een jongen. Ik maakte ook deel uit van een grote groep meiden, maar bij hem voelde ik me het meest op mijn gemak.

Als ik naar foto’s en videobeelden uit mijn jeugd kijk, zie ik een meisje met blonde krullen dat heel gelukkig is. Zo heb ik mijn jeugd ook ervaren. Mijn ouders hebben mij de mooie dingen in het leven laten zien. Van jongs af aan heb ik met hen menig bezoek gebracht aan musea, dierentuinen, steden en de natuur. De basis voor een levensgenieter was al vroeg in mijn jeugd gelegd.

Hoe zal jullie leven worden met jullie zonnetjes in huis? Waardoor zul je als ouders worden geïnspireerd? Met welke ‘zin’ in het leven begin jij (beginnen jullie) aan je nieuwe taak als ouder?

Onze dochters zullen uiteraard een onuitwisbaar stempel op ons leven gaan drukken. Niemand weet wat er gaat gebeuren, maar Vincent en ik zullen helemaal toegewijd zijn aan de zorg voor en de opvoeding van onze dochters.

Even vanuit mezelf gesproken: aan de ene kant ben ik heel nieuwsgierig naar wat er ons te wachten staat en vooral naar de dametjes in mijn buik, maar aan de andere kant vind ik het ook eng. Hoe komen we financieel uit? Hoe zal de bevalling zijn? Gaat de borstvoeding lukken? Het zijn allemaal dingen die me met enige regelmaat bezig houden, maar ik weet ook dat er oplossingen gevonden zullen en kunnen worden, al dan niet met hulp van vrienden, familie of deskundigen.

Een van de allerbelangrijkste dingen die ik heb geleerd – kijkende naar mijn jeugd en naar de verhalen en adviezen uit de jeugd van Vincent – is: altijd klaar staan voor je kinderen. Zij zijn prioriteit. Dat in balans brengen met tegelijkertijd loslaten lijkt me erg lastig. Gelukkig sta ik er niet alleen voor en staan Vincent en ik samen sterk.

Uiteraard geven wij onze eigen draai aan de opvoeding van onze dames, maar we hebben in onze beide families genoeg goede voorbeelden: aandacht voor je kinderen, hen de mooie dingen van het leven laten zien, weerbaar maken tegenover slechte mensen en situaties. Zodat ze uiteindelijk als evenwichtige en gelukkige volwassenen hun eigen leven kunnen opbouwen.

Wat geeft jou ‘zin’ in het leven?

– Vincent.

– De fijne mensen om mij heen (familie en vrienden).

– Zorgen voor en aandacht geven aan onze poezen.

– Mijn werk en collega’s.

Hoe sta je in het leven?

Ik probeer in mijn leven met een positieve blik te kijken naar mensen en situaties. Soms ben ik misschien iets te naïef, maar ik ga in principe uit van het goede in mensen (hoe moeilijk dat soms ook is). Zo af en toe stoot ik erg mijn neus, maar daar leer ik van. Maar tot zover blijft mijn positieve kijk op het leven gelukkig bestaan. Dat neemt niet weg dat ook ik me soms rot voel of even niet meer weet wat ik moet doen. Als ik onzeker ben of pieker, voel ik mij gesteund door de mensen om mij heen, zoals mijn man, ouders, schoonvader en lieve vrienden. Zij geven mij dan advies of juist een flinke schop onder mijn kont. Het ligt er maar net aan wat ik nodig heb.

 

Uit het gesprek tussen Wietse en Irene:

Wietse stelde Irene in zijn brief een aantal vragen, en die zijn belangrijk, maar volgens haar gaat er een vraag aan vooraf, te weten: ‘wie ben ik?’. Ze schreef de volgende kenmerken van zichzelf op: optimistisch, houdt van zelfspot, onzeker, piekeraar, muzikaal, levensgenieter. “Ik houd van kleine dingen, geef soms te snel op, houd van lachen, ben soms lui, en ben een onzekere gelovige.”

Onzekere gelovige

Het gesprek komt op het thema geloven in de toekomst en haar besef een ‘onzekere gelovige’ te zijn. Vincent en zij pakken de dingen gevoelsmatig aan. “Als het goed aanvoelt, is het ook goed.” Belangrijk is of iets haar rust geeft. Maar wanneer is dat het geval? Irene noemt als voorbeeld dat zij in het Utrechtse studentenkoor zat. Ze wilde heel graag aan de muziek meedoen, maar vond geen aansluiting, en ging er daarom weer van af. In de opvoeding van haar kinderen zal de onzekerheid die zij zichzelf toeschrijft nog wel opduiken, verwacht ze. Aan de andere kant: niemand is perfect. Als voorbeeld noemt ze een filmpje dat zij pas zag met interviews van moeders en kinderen. De moeders uitten nogal wat zelfkritiek waar het ging om de opvoeding en de omgang met hun kinderen. Maar de kinderen vonden hun moeder juist heel lief!

Wietse vraagt door naar waarden in de opvoeding en waar Irene inspiratie uit put. In zijn brief had hij geopperd dat de plekken in haar jeugd voor expliciete geloofsopvoeding – tekentafel met Bijbelplaatjes in de kerk, zondagschool, kerstopvoeringen, het kathedrale koor – niet zo geslaagd zijn geweest, maar dat bestrijdt ze. Ze had er helemaal geen hekel aan en is haar ouders juist dankbaar voor wat zij aan expliciete en impliciete geloofsopvoeding hebben meegegeven.

Goede en slechte kerkervaringen

Heel wat meer moeite heeft zij met wat ze in haar omgeving in de Hoeksche Waard meemaakt. Vrouwen die een broek willen dragen maar dat niet mogen… Vrouwen die hun stem overlaten aan hun man… Als ze die vrouwen in de supermarkt tegenkomt, zou ze hen willen toeroepen: ‘kies je er nu uit naam van God echt voor om je zo te laten onderdrukken?’. Zelf gaat ze niet naar de kerk en ze kijkt ook niet vaak in de Bijbel. Toch wil ze zich wel door anderen op sleeptouw laten nemen voor een religieuze activiteit. Met een lid van haar roeiteam wilde ze onlangs mee naar een praise-avond, maar door haar zwangerschap kwam het er niet van. Als haar ‘beste kerkervaring’ noemt ze het contact met Lauri Boyd, een Amerikaanse die zij kent uit de tijd dat ze de Holy Trinity Church in Utrecht bezocht. Lauri is nu pastor van de Unity Church in Amerika. Bij haar ontmoette ze een positief geloof: je mag er zijn voor God. Ze ervoer de Unity Church, toen zij er te gast was, als een warm bad. “Al is er veel slechtheid in de wereld, geniet van het leven, God heeft het je gegeven!”, zo voelde de dienst voor haar aan. Heel anders dan het miezerige geloof dat zij in Nederland vaak tegenkomt.

Irene deed belijdenis in de Anglicaanse kerk en koos met haar man bewust voor een kerkelijke inzegening van haar huwelijk. Maar nu ligt de geloofsbeleving wat meer op de achtergrond in haar leven. Niet alles is voor haar duidelijk, en ze weet niet of hun kinderen worden gedoopt. Vincent heeft er in elk geval geen behoefte aan. Hoe ze het geloof verder in haar leven vormgeeft, ze weet het niet. Irene zegt dat je in de jongere generatie net zo goed door anderen wordt geïnspireerd, maar die groep is veel breder dan wanneer je in de kerk actief bent. Het gaat dan vaak om thema’s als mensenrechten en gelijkwaardigheid.

Hoe men in kerken medemensen kan veroordelen, bijvoorbeeld omdat zij homoseksueel zijn, begrijpt ze niet. Ze denkt in dit verband niet alleen aan christenen die op grond van de Bijbel homoseksualiteit afwijzen. Er zijn ook mensen die beweren ‘niks tegen homo’s te hebben’, maar zonder liefde en acceptatie over hen spreken. Wietse brengt daartegenin dat de opvattingen binnen kerken ook op dit punt sterk verschillen. Irene geeft dat toe. Zo hebben Ria en Wietse nooit enig onderscheid gemaakt en gingen zij bijvoorbeeld in volstrekte acceptatie om met homoseksuele predikanten.

De wereld in

Tot slot de vraag van Wietse: hoe wil jij dat je ouders met hun kleinkinderen omgaan?

Irene heeft het er met Vincent over gehad, en kan ook namens hem antwoorden: “Wij zijn natuurlijk de primaire opvoeders. Dus als jullie met de kinderen optrekken, verwachten we dat jullie onze leidraad volgen. Maar gaan jullie ze vooral meegeven wat jullie te bieden hebben en wat jullie ook met mij gedaan hebben. Dus neem ze te zijner tijd mee de wereld in. En als jullie de meiden iets over het geloof willen vertellen of een stukje uit de kinderbijbel willen voorlezen, dan vinden wij dat ook prima. Maar je hoeft ze niet op te voeden, dus geniet er vooral van grootouders te zijn!”

Wietse is ontroerd en dankt Irene heel hartelijk voor het gesprek.